Vitamine C

Vitamine C werd al in 1747 ‘ontdekt’. In die tijd kwam in de zeevaart  scheurbuik veelvuldig voor. De Engelse scheepsarts James Lind ontdekte dat wanneer de zeelui onderweg voldoende citrusvruchten en zuurkool aten er geen scheurbuik ontstond. Men wist toen echter nog niet dat de component die dat voor zijn rekening nam vitamine C was. Sterker nog, men wist helemaal niet af van het bestaan van vitamines. Pas vanaf 1911 is de term vitamine bij ons bekend en in 1912 werd vitamine C voor het eerst herontdekt en benoemd.

Allround vitamine
Behalve dat vitamine C scheurbuik voorkomt, vervult het verschillende functies in ons lijf. Natuurlijk zijn we allemaal bekend met de werking van vitamine C in ons immuunsysteem. Wie is er niet groot geworden met een extra sinaasappeltje wanneer de verkoudheid toeslaat? Omdat vitamine C zo’n allround vitamine is speelt het bij vrijwel alle ziektebeelden een belangrijke rol.

Maar naast dat vitamine C inderdaad een belangrijke rol speelt in de weerstand doet het nog veel meer voor ons lijf. Zo helpt het om ijzer beter op te nemen in de darmen, heeft het een goede werking op de huid doordat het zowel als een antioxidant als collageenondersteunend stofje fungeert. Het helpt op die manier ook om onze botten en tanden sterk te houden en onze vaten soepel. En omdat vitamine C een krachtig antioxidant is, helpt het tegelijkertijd ook om ons hart te onderhouden.

Eens maakte ons lichaam zelf vitamine C aan
Vitamines zijn over het algemeen stoffen die ons lichaam niet zelf kan maken, terwijl we ze wel nodig hebben om optimaal te functioneren. Dat was ooit anders voor vitamine C,  het blijkt dat wij mensen het vermogen om zelf vitamine C aan te maken te hebben verloren. Eens heeft ons lijf wel zelf vitamine C aangemaakt. Dat maakt ons, samen met de cavia, een unieke soort. Alle andere dieren beschikken over het vermogen om zelf vitamine C aan te maken. Het feit dat we ooit wel zelf vitamine C aan hebben gemaakt roept gelijk een vraag op met betrekking tot de dosering. Doseren we niet eigenlijk standaard onze vitamine C te laag?

Welke dosering
Dat brengt ons gelijk op een heikel punt. De discussie over welke dosering vitamine C nu goed is voor een mens is nog altijd in volle gang. Volgens de orthomoleculair deskundigen is een dosering tussen de 25 en 35 gram per kilo lichaamsgewicht gewenst. Dit niet alleen om ziekte  te voorkomen, maar ook om alle andere voordelen van vitamine C ten volle te kunnen benutten.
Volgens deze berekening kom je dan voor een volwassene al gauw uit op 2 gram per dag.
Dat overstijgt de DHA (dagelijks aanbevolen hoeveelheid), die we op allerlei verpakkingen van vitamine C of vitamine C-bevattende supplementen zien, ruimschoots. De ADH geeft namelijk een dosering tussen de 40 (baby’s) en de 120 (volwassenen) mg per dag aan. Hoe kan dat dan? En is het dan niet zo dat je jezelf schade berokkent wanneer je je niet aan die ADH houdt?

Dat is gelukkig niet het geval. Vitamine C is in water oplosbaar en wordt snel afgebroken in het lichaam. Verder heeft jouw lijf daar zelf een heel mooi mechanisme voor. Het lichaam slaat vitamine C (o.a.) op in lever, maagwand, spieren, pezen en botten. Wanneer de grens bereikt is, dat noemen we darmtolerantie, krijg je vanzelf diarree. Dat is het signaal van jouw lijf om aan te geven dat het even genoeg vitamine C heeft gekregen. Dat is niet schadelijk, hoogstens een beetje ongemakkelijk. Dit symptoom verdwijnt weer wanneer de dosering wordt aangepast. Die grens (de darmtolerantie) verschilt per persoon en situatie. Bij ziekte, gebrek of stress zal het lijf meer vitamine C nodig hebben dan onder normale omstandigheden. Over het algemeen ku je stellen dat de meeste mensen tot 10 gram vitamine C per dag kunnen verdragen.

Varianten van vitamine C
Het is daarbij wel belangrijk dat je erop let in welke vorm je de vitamine C inneemt. De zure variant ascorbinezuur veroorzaakt bij veel mensen al gauw maagklachten wanneer het in hogere hoeveelheden wordt ingenomen. Neem daarom, wanneer je van plan bent veel vitamine C te gebruiken, altijd een ontzuurde vorm. Dat kan in de vorm van mineraalascorbaten zoals bijvoorbeeld cacium- magnesium- of kaliumascorbaten. Deze zijn milder voor de maagwand en worden ook nog eens beter opgenomen. Een andere bekende vorm is ester C, een unieke, gepatenteerde, niet zure formule van vitamine C.  Ook deze vorm wordt beter opgenomen en is milder voor het lijf dan ascorbinezuur.

Voeding met vitamine C
Naast supplementen is natuurlijk allereerst onze voeding een mooie bron van vitamine C. Het zal je niet verbazen, maar als aardappeletend landje is bij ons de aardappel het rijkst aan vitamine C. Al is dit dan wel afhankelijk van de tijd van het jaar en van wat je allemaal doet met een aardappel voordat je die opeet. Het bereiden van voedsel maakt dat er meestal een deel van de aanwezige vitamine C verloren gaat in het kookproces. Dat verlies is bij de aardappel het minst, maar ook daarbij gaat nog zo’n 10% verloren. Omdat het zeker niet aan te raden is de aardappel rauw te eten is het advies dan ook om hem wel te koken, maar zo kort mogelijk in zo min mogelijk water. Dat advies geldt overigens voor alle verse groenten die je gaat koken. Stomen is in veel gevallen ook een heel mooie manier om zo min mogelijk vitamines verloren te laten gaan.

Andere belangrijke bronnen  van vitamine C zijn: bloemkool, spruitjes, sla, koolsoorten, paprika en tomaten. En ook fruit kan een belangrijke bijdrage leveren aan jouw vitamine C-voorraad. Zo zijn de welbekende citrusvruchten inderdaad rijk aan vitamine C, maar ook verse aardbeien, meloen, zwarte bessen en frambozen. Ook daarbij geldt, hoe verser en hoe min mogelijk bewerkt hoe beter.