geschiedenis Archieven - Drogisterij Van der Pigge

geschiedenis

Pigge en het verhaal van Klein Duimpje en de Reus anno 2016

Categories: Tags:
webshop

Onlangs hield RTL Nieuws een uitgebreid interview met onze nieuwe directeur Astrid Hart en onze bedrijfsleider Pamela van Booren. Op 2 januari publiceerden zij het volgende geweldige artikel over ons en onze geschiedenis. Een must read!


Hoe deze drogisterij al 166 jaar wint van de grote jongens

In deze barre retailtijden zijn er nog altijd kleine ondernemers die zich ferm staande houden. Drogisterij Van der Pigge bijvoorbeeld, uit Haarlem. Het familiebedrijf dankt zijn bestaansrecht en locatie aan de eigenzinnigheid van haar opeenvolgende eigenaren. “Je moet geen eenheidsworst willen zijn.”

Tussen de hoge muren van de failliete V&D in de Haarlemse Gierstraat staat een klein monumentaal pand. Binnen ruiken klanten een mengeling van specerijen: van kerriepoeder tot Italiaanse kruiden, ze zitten allemaal in ouderwetse glazen potten. Op houten planken staan, achter glas, potjes met pillen en zalfjes.

Het lijkt even alsof je een stap terug in de tijd zet, bij drogisterij Van der Pigge. En dat is ook precies de bedoeling. Bij het 166 jaar oude familiebedrijf is alles door de jaren heen zo veel mogelijk bij het oude gebleven.

Soms tot grote frustratie van de overheid en een groot bedrijf: V&D. In 1928 zag de Gierstraat er namelijk nog zo uit:

vanderpiggeoud_2_0

Maar een warenhuis in opkomst wilde precies op die plek een groot pand bouwen. De makelaar van Vroom en Dreesman stuurde een brief naar de toenmalige eigenaar: Anton van Os. Of hij zijn winkelpand wilde verkopen. Van Os reageerde resoluut: “Naar aanleiding van uw schrijven d.d. gisteren deel ik U mede dat het perceel Gierstraat 3 niet te koop is.” In opvolgende correspondentie, zelfs na bezoek van de directie van V&D, bleef hij kort maar krachtig: lees mijn eerste reactie nog eens, ik ga echt niet verkopen. Andere winkeleigenaren bogen wel. Het resultaat: de Haarlemse V&D is om Van der Pigge heen gebouwd.

De koppigheid van Anton van Os is een hardnekkige familie-eigenschap. Ook oprichter van der Pigge was zeer eigenzinnig en begon, tot verbazing van zijn omgeving, in economisch slechte tijden een drogisterij. Hij kreeg alleen dochters, dus kon in die tijd niet anders dan zijn winkel nalaten aan een van zijn schoonzonen. Sindsdien zijn de van Ossen van generatie op generatie eigenaar van de drogisterij. Maar ook Van der Pigges nageslacht is hartstikke eigenzinnig.

Menno van Os bijvoorbeeld, de vijfde generatie en tot acht jaar geleden eigenaar van de drogisterij, wilde niks hebben van veel moderniteiten en koesterde het ambacht die ooit gepaard ging met zijn vak. Menno’s vrouw Astrid Hart vertelt nog graag over haar man, die op 44 jarige leeftijd is overleden en het familiebedrijf traditiegetrouw heeft nagelaten aan dochter Sophie. Die is net afgestudeerd en laat de zaak nog even aan haar moeder over.

“Ik noem het eigenlijk liever visionair dan koppigheid. Menno voelde gewoon ontzettend goed aan waar behoefte aan was, en wat goede kwaliteit was. Als je vroeg waarom, wist hij het niet zo goed. Instinct is dat.” Want hoezeer de winkelstraat ook om hen heen veranderde, welke (buitenlandse) winkels er ook bij kwamen, hoe hard de farmaceutische industrie zich ook heeft ontwikkeld; Van der Pigge bleef bij het oude. Ook vandaag de dag blijft de drogisterij – naast de moderne geneeskunde – ook nog geloven in haar vertrouwde receptuur: wat de natuur aan geneesmiddelen en verzorgingsproducten te bieden heeft. De winkel verkoopt, naast specerijen, natuurlijke supplementen, biologische make-up en natuurlijke parfums.

Vroeger zaten in het assortiment ook nog zelfgemengde theetjes of geneesmiddelen. Op de eerste verdieping van het pand stonden hoge houten tafels en werden eigen producten gemaakt, door bepaalde kruiden met elkaar te vermengen bijvoorbeeld.  Een klein fabriekje. “Menno was echt een wandelende encyclopedie. Hij kreeg op een gegeven moment een vrouw uit de buurt in de winkel. Haar man ‘ehh tja’, de vrouw maakte een veelzeggende beweging met haar arm (hij kreeg ‘m niet meer omhoog, red.), of Menno daar niet iets voor had? Hij dook de productiekamer in, mengde specifieke kruiden bij elkaar en gaf zijn ultieme recept mee. Enkele weken later kwam de vrouw – bijzonder gelukkig – weer langs en maakte dezelfde armbeweging: nou hij gaat weer hoor!”, Hart moet er nog om lachen. Het recept heeft ze overigens niet meer. “Dat is wel jammer.”

De tijd van zelf mengen en maken is inmiddels voorbij. Van de overheid mag Van der Pigge alleen nog producten verkopen en ze zelf niet meer produceren. Tenzij de klant erbij staat, dan mag het wel. Nu worden de recepten van Van der Pigge elders gemaakt en vervolgens naar de Haarlemse winkel gebracht. Daarnaast heeft de zaak met strenge regels te maken. Hart: “We mogen niet zeggen dat een zalfje tegen de jeuk is, maar wel tegen een kriebelende huid. Jeuk is namelijk een aandoening. Zulke regels zijn er heel veel. Best vermoeiend af en toe.” Daarnaast komt de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) af en toe ‘buurten’. Zo verbood de autoriteit enkele jaren geleden de authentieke stopflessen van de winkel. “Meerdere klanten hebben toen de NVWA gebeld dat ze het belachelijk vonden. Daarna stond de autoriteit er gelukkig wat genuanceerder in.”

Helemaal bij het oude is het dus niet gebleven, onder druk van de overheid. Maar waar het kan, en zeker qua inrichting, zit de zaak nog vol met nostalgie. Het heeft, dankzij een flinke dosis eigenzinnigheid, een sterke eigen identiteit. Iets wat bij de grote buurman jaren lang ontbrak, stelt Hart vast. “Je moet je specialiseren en bij V&D was de identiteit niet meer duidelijk. Toch vind ik het jammer dat ze failliet zijn. V&D was wel een van de eerste warenhuizen. En het is een karakteristiek pand.”

Naast de V&D zitten er meer Haarlemse ondernemers in de financiële penarie. Verschillende winkelpanden staan leeg, sommige middenstanders verhuizen noodgedwongen naar plekken met lagere huurprijzen. Van der Pigge heeft geen huisbaas en dus ook geen last van een hoge huurprijs. Wel had de drogisterij het even moeilijk in 2008. Volgens Hart niet vanwege de crisis, maar door wisselend leiderschap na het overlijden van Menno. Toen dat weer helder was, klom de omzet ook weer gestaag omhoog.

Om de authentieke winkeltjes van Haarlem in deze spannende tijden in de schijnwerpers te zetten, hebben ondernemers de krachten gebundeld. “Er is nu een wandelroute langs ambachtelijke winkeltjes, Thoen en Thans heet het, en die is razend populair. Daar is ook een vintage-winkel variant van. Heel leuk. Ondernemers bedenken steeds creatievere oplossingen om zich te wapenen tegen de grote jongens.”

Het geheim van Van der Pigge? Hart en haar collega’s zien dat de combinatie van ‘nostalgie’ en kwaliteit steeds populairder wordt. “Klanten willen wel alles 24/7 bereikbaar, maar ze willen ook in toenemende mate authenticiteit en beleving.  Ze willen proeven, zien en meemaken.” Een geheim dat andere kleine ondernemers ook goed in de smiezen hebben: “De Kleine Houtstraat hier verderop is niet voor niks jarenlang de leukste winkelstraat van Nederland geweest. Daar zit geen enkele grote keten in, alleen maar kleine unieke ondernemers. Je moet geen eenheidsworst willen zijn.”

Bron: RTL Nieuws

De herkomst van de gaper

Categories: Tags:

De herkomst van de gaper

Bent u ook zo nieuwsgierig hoe dat nou precies zit met die gaper van ons? Op 22 augustus 1942, ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, verscheen onderstaand artikel in De Telegraaf. Hierin worden verschillende verklaringen voor de rol van de gaper uit de doeken gedaan. Van der Pigge bestaat inmiddels al 166 jaar. Veel uitspraken in onderstaand artikel worden in onze moderne tijd niet meer als politiek correct of juist beschouwd. Toch vonden wij het leuk om deze oude informatie over de gaper met u te delen. Graag willen wij benadrukken dat wij daarbij geen politiek standpunt innemen! Houd bij het lezen dus rekening met de tijdgeest.

Lees: en gaap dan niet!

NU weten we waar al die grappige gapers, die apothekers en drogisten aan hun gevels timmerden om de goegemeente te vertellen, dat bij hen pillen en likkepotjes verkrijgbaar waren, zijn gebleven. Ze zijn naarstig gecollectioneerd door den Haarlemmer A.J.M. van Os, die liefst 40 van die hun tong uitstekende koppen heeft verzameld en die ze kortelings in een kleine tentoonstelling heeft doen uitstallen.
Het is eigenlijk jammer, dat deze dwaze grijnshoofden vrijwel uit onze steden zijn verdwenen, want er zijn nog genoeg straatjes in Nederland, waar zoo’n bonte gaperskop uitstekend bij de 17e en 18e-eeuwsche gevels past. Onze moderne drogisten en apothekers hebben ze echter stuk voor stuk neergehaald. Zij pasten niet meer bij de groote winkelramen en de moderne puien en moesten naar den rommelzolder. Gelukkig dat er in ons land iemand is geweest, die de gapers aan den tand des tijds en de knagende houtwormen heeft ontrukt.
Zoo zijn deze typische reclamekoppen, die tot de categorie uithangteekens behooren, in elk geval voor het nageslacht bewaard gebleven.

VREEMD genoeg valt er over de gapers niet zoo heel veel te vertellen. Eenige eeuwen lang hebben apothekers en drogisten ze uitgestoken, maar het waarom van de zaak staat niet vast. Zelfs deskundigen op het gebied der uithangteekens als de heeren Van Lennep en Ter Gouw, die er omstreeks 1870 twee dikke boeken over vol schreven, geven geen uitsluitsel. Zij zeggen:

 “Vreemdelingen hebben soms gemeend in de figuren langs de straat het sprekendst bewijs te mogen vinden van het flegma der Hollanders. Omdat, beweerden zij, de Hollanders te droog en te koud zijn om te kunnen lachen, en lachen evenwel een behoefte is voor de menschelijke natuur, zoo hebben zij van afstand tot afstand narren-troniën opgesteld, opdat het aanschouwen daarvan tot lachen wekken mocht.”

Een vrij ongerijmde veronderstelling. De Hollander, en zeker de Amsterdammer, heeft waarlijk zoo’n grijnzend bakkes niet noodig om in een gezonden lach te schieten.
Volgens G. van Hâsselt in zijn Arnhemsche oudheden is de gaper het zinnebeeld of liever het portret van den Schalknar of Willensdwaas, dien de groote heeren er op nahielden en waar de apothekers de afbeelding van voor hun deuren plaatsten tot uitnoodiging voor de lieden een likeurtje te komen drinken. Dat kon men vroeger namelijk ook bij hen koopen! Lang niet elke gaper leek echter op een nar. Het waren meerendeels Muzelmannen met tulbanden op of politieagenten met helmen op het hoofd. Op de Leidschestraat hing er vroeger zelfs een met een zwarten hoogen hoed op. [Dit exemplaar bevindt zich thans in het geschiedkundig medisch-pharmaceutisch museaum te Amsterdam dat in het Stedelijk Museum is ondergebracht.]
Jacobus Scheltema zag in den gaper niet den kop van een nar doch van een stadsdienaar gekleed in stadslivrei, omdat de apothekers stadsambtenaren zouden zijn.

DE verzamelaar Van Os gelooft, dat men in den gaper de afbeelding van den knecht van den marktkwakzalver moet zien. Terwijl zijn baas de patiënten onderhanden had, wendde hij zich tot de omstanders om hun aandacht af te leiden en nieuwe slachtoffers te zoeken. Meestal hadden die kwakzalvers kleurlingen tot assistenten en inderdaad waren de meeste gapers morianen of negers.
Van Lennep en Ter Gouw houden er hun eigen meening op na. ’t Is een sprekend blazoen, zoo beweren zij. Gapen is hetgeen de dokters aan den zieke verzoeken te doen: steekt uw tong maar eens uit….! Gapen is noodig om likkepotjes te slikken, gapen deden ook zij, die vroeger den apothekerswinkel binnentraden om er een teug witte of roode “ypocras” of een kruidenwijntje te genieten of iets bitters voor de maag te nemen.
De oudste gaper uit de verzameling-Van Os dateert uit 1693. Hij is afkomstig van de firma H. Brakman te Middelburg. De koopacten van de zaak geven dikwijls zekerheid omtrent den ouderdom van het uithangteeken. Bijvoorbeeld wanneer daarin sprake is van “Het huis waar de gaper uithangt”.
Deze koppen zijn niet het eenige speciale uithangteeken der apothekers en drogisten geweest. De drogisten en kruidenverkoopers hadden nog den zaagvischtand met slaapbollen of knoflook buiten hangen, de apothekers, die de pillen bereidden, een vijzel en de chemici een salamander in het vuur. Het uithangen van een hertegewei of steenen hertekop met echt gewei is ook welbekend, evenals de naam “’t Hert” voor apotheek of drogisterij. Twee apothekers te Pompeji, de een in de Herkulanumstraat, de ander tegenover de basilika, hadden op hun uithangborden de slang van Esculaap met een ananas in den bek.

DE drogisten waren niet de eenigen, die zich tot zoo’n negerkop aan de pui aangetrokken voelden. Ook de tabaksverkopers hingen hem boven hun deur, zij het ook niet gapend. Te Brugge hing zelfs de Moriaan uit bij een vischkoopman met dit onderschrift:

Dit huis is wel bekent: hier in den Moriaen
Verkoopt men haring, stokvis en labberdaan.

“Wat bekoorlijks toch hadden die zwartkoppen, dat men er zoo gaarne mee pronkte?” vragen alweer Van Lennep en Ter Gouw en zij antwoorden zichzelf: “Misschien omdat het zwart hunner tronies goed afstak tegen het wit van de gevel. Dat kan hier en daar tot de keuze hebben meegewerkt, doch het is de ware reden niet. Die is eenvoudiger: zij hangen er om aan de schoone sekse genoegen te geven; en vraagt iemand bewijs hiervoor, wij geven het met de woorden van Angenietje uit Bredero’s “Moortje”:

Mij was weleer gesegt en iek recht heb, onthouwen
Dat die Moorianen zijn genegen seer tot vrouwen.

Daarmee zou dus het raadsel zijn opgelost. De vrouwen vonden die negerkoppen zoo aardig…. Maar waarom staken zij dan zoo dikwijls hun tong tegen haar uit?

–    PISTACHE

Bron: De Telegraaf, zaterdag 22 augustus 1942.

Haarlemmerolie

Categories: Tags:

Haarlemmerolie is een panacee uit de zeventiende eeuw. In 1696 is deze olie ontwikkeld door schoolmeester Claes Tilly. De oprechte Haarlemmerolie bestaat inmiddels al ononderbroken ruim 300 jaar!

Haarlemmerolie, ook wel medicamentum gratia probatum genoemd, wordt al eeuwenlang aangeprezen omdat het tegen alle kwalen zou helpen. Zeevaarders en zendelingen namen het mee op hun reizen. Haarlemmerolie en daarmee de stad Haarlem werd hierdoor bekend over de hele wereld. De term Haarlemmerolie wordt ook overdrachtelijk gebruikt voor een soort wondermiddel waardoor alles geacht wordt beter te gaan.

Toen Claes Tilly in 1734 overleed, zetten zijn erfgenamen de productie van Haarlemmerolie voort. In 1764 werd Claes de Koning Tilly de nieuwe eigenaar van het bedrijf en de C. de Koning Tilly Oprechte Haarlemmerolie-fabriek is nog steeds in Haarlem gevestigd. Lange tijd zat de fabriek in de Anthoniestraat 13-15 (voorheen Achterstraat). In 2005 werd dat het pand opgekocht door een projectontwikkelaar die er verschillende woningen in creëerde. Er zijn gelukkig nog wel een paar oorspronkelijke details bewaard gebleven, waaronder de gevelsteen.
Het familiebedrijf is nu eigendom van Ruud van Dobben, de 11e opvolger van Claes Tilly en in rechte lijn familie.

Haarlemmerolie is nog steeds verkrijgbaar bij Van der Pigge, in de vorm van olie, capsules en zalf. De samenstelling is al eeuwen een goed bewaard geheim, maar bestaat in ieder geval uit terpentijnolie, kruiden, lijnzaadolie en zwavel.