Tilia (Latijnse geslachtsnaam van de linde) wordt gebruikt voor ontspanning en ondersteuning in stresssituaties. De Tilia Compositum is afgelopen maandag in de aanbieding gegaan. Daarom is dit een goed moment om deze plant onder de loep te nemen.

De linde hoort tot de kaasjeskruidfamilie. In Nederland komen twee soorten linde voor: de zomerlinde en de winterlinde. Het zijn meestal bomen, soms hoge struiken. Beide soorten lijken zeer sterk op elkaar en er bestaat ook een kruising tussen de soorten (de Hollandse linde). Hierdoor is het erg lastig om de soorten van elkaar te onderscheiden. Een boom als linde herkennen is echter goed te doen, dus daar zal deze blog zich op richten.

Een linde herken ik aan de bladeren en de vorm van de boom. De bladeren zijn hartvormig, vergelijkbaar met die van een hazelaar, maar de hazelaar heeft een struikvorm (een veelheid aan stammen onderaan de plant) en de lindes hebben één stam. Met deze combinatie kun je de linde al als zodanig herkennen. Op onderstaande foto zie je de onderkant van de stam van een linde met een krans van bladeren, ook wel waterloten genoemd, van deze boom aan de onderzijde. Deze krans komt vaker voor bij lindes, met name als ze wat ouder zijn. Mocht de hoofdstam het begeven, kunnen nieuwe stammen ontstaan uit de waterloten.

De verspreid staande bladeren hebben een gezaagde bladrand en zijn vaak niet symmetrisch (de ‘helften’ van de bladeren zijn vaak niet gelijk). De bloem van een linde heeft vijf gele kroon- en kelkbladeren en heel veel meeldraden (meer dan 12, in bundels verspreid). De kroon van de bomen heeft veelal een bol- of (omgekeerde) hartvorm. Het bladerdek is dicht, waardoor er weinig zonlicht door de bladeren gaat. Het is een boom die veel schaduw verdraagt en daardoor in climaxbossen* kan groeien.

Lindes zijn lange tijd als heilige boom gezien en zijn daarom vaak solitair (alleen, vrijstaand) geplant, maar zijn ook als leiboom (leilinde), in een bomenrij of als laanboom wel te vinden. Mijn bijgevoegde foto laat lindes in een bomenrij zien. Lindes hebben een voorkeur voor een oudere, voedselrijke bodem met een goede strooisellaag. In de bossen komen ze in Nederland echter bijna niet meer voor, omdat de boom is geëxploiteerd voor het hout.

Lindes kunnen erg oud worden: de oudste linde in Nederland wordt geschat op 400-1000 jaar.

* De ontwikkeling of successie van een braakliggend terrein waar niet meer door de mens wordt ingegrepen begint met pioniers. Dit zijn planten die veel dynamiek aankunnen (overstroming, droogte, veel wind), maar veel zon nodig hebben. In eerste instantie zullen dan ook met name bepaalde grassen en kruiden groeien in een gebied. Later komen er struiken en bomen die hoger worden, maar nog vrij veel zonlicht nodig hebben om te kunnen overleven. Na verloop van tijd komen er soorten die veel schaduw verdragen, de zogenaamde climaxplanten. Linde is zo’n plant, net als beuk en hulst. Onder deze planten zie je vaak geen lichtminnende kruiden en bomen door de schaduwdruk.