Historie - Drogisterij A.J. van der Pigge

Historie

A.J. van der Pigge

In 1849 opende Antonie van der Pigge zijn ‘affaire in droogerijen en specerijen’, niet beseffende dat deze drogisterij ooit nog het jaar 2000 zou halen. De oprichter is de oudvader van de huidige eigenaar (zesde generatie); deze heeft niets aan het interieur van de zaak veranderd, net als haar vader, opa en overgrootvader en betovergrootvader en oudvader. Binnen lijkt het of de tijd stil heeft gestaan: een oogstrelend interieur, compleet met stopflessen, puntzakjes, opgezette krokodillen en gapers.

Grote veranderingen

In de jaren ’20 en ’30 heeft een flink aantal oude geveltjes plaats moeten maken voor het grote warenhuis van Vroom & Dreesmann, waarbij drogisterij A.J. van der Pigge gespaard is gebleven. Dankzij de onverzettelijkheid van Ton van Os, de toenmalige eigenaar van de drogisterij, bouwde V&D zich noodgedwongen om ‘van der Pigge’ heen.

Leerling en meester

In 1849 komt de jonge Antonie Van der Pigge bij apotheker Martin Beets (de vader van de schrijver Nicolaas Beets, red.) in de leer, die ook zitting in genoemde Provinciale commissie heeft. In 1844 legt Antonie met goed gevolg het examen af dat hem de bevoegdheid geeft het beroep van drogist uit te oefenen. Behalve het diploma van de commissie krijgt hij ook van Beets een getuigschrift waarin vermeld staat dat hij drie jaar lang tot volle tevredenheid in diens apotheek werkzaam is geweest.

De gaper

Hoe zit het nou precies met die gaper boven de deur van Van der Pigge? Op 22 augustus 1942, ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, verscheen er een artikel over de gaper in De Telegraaf. Er blijkt geen eenduidige verklaring voor de gaper te zijn en ook is niet helemaal bekend waar dit symbolische uithangteken nu precies vandaan komt. Geopperd wordt dat de gapers vroeger wellicht bedoeld waren om voorbijgangers aan het lachen te maken, dat hij het zinnebeeld was van een “schalknar” die uitnodigde om binnen gezellig een likeurtje te komen drinken, of zelfs dat de knappe koppen bedoeld waren om passerende dames te bekoren…!

J.A.W. Van Os, één van de voormalige eigenaren van Van der Pigge, veronderstelde dat de gaper de knecht van de marktkwakzalver of chirurgijn moest voorstellen. Deze “mooriaen”  wendde zich tot de menigte om de aandacht van te leiden van zijn baas de chirurgijn, terwijl deze op de markt zijn “geneeskunst” aan het uitoefenen was. Ook werd hij mogelijk aangewend om met zijn destijds “uitheemse” uiterlijk de aandacht van de marktbezoekers te trekken. Het gapen zou samenhangen met het “steek je tong eens uit” dat de dokter zijn patiënten vraagt. Of wordt hij door slaperigheid overmand na iets teveel kruidenbittertjes?