Canadese geelwortel en kattenklauw

De herfst is ingetreden, dus de weerstand neemt af. Meer mensen worden ziek. Een natuurlijke omgeving zorgt voor een verhoogde weerstand. Alleen beschikken de meeste mensen (geldt ook voor mij) niet over een natuurlijke omgeving. Deze blog gaat over twee planten die gebruikt worden om de weerstand te verhogen: Canadese geelwortel en kattenklauw. Beide planten groeien overigens in Nederland niet in het wild.

CANADESE GEELWORTEL – Hydrastis canadensis
Dit is een plant uit de ranonkelfamilie, in Nederland bekend van o.a. andere de boterbloemsoorten (Ranunculus) en de bosrank (Clematis vitalba), die ook vaak als gecultiveerde klimplant in tuinen wordt geplaatst. De ranonkelfamilie is in Nederland een vrij grote familie die hier in enkele tientallen soorten is onderverdeeld. De familie kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan eigenschappen, waardoor het vrij lastig wordt om met grote zekerheid te kunnen zeggen of een plant tot deze familie behoort. De bloemen zijn symmetrisch, maar verschillen sterk in vorm en kleur.

Hoe je hem herkent
De Canadese geelwortel  heeft een ondergrondse wortelstok met worteluitlopers. Op de groene stengels zitten grote handvormige bladeren. Het is een vaste plant die ongeveer een halve meter hoog kan worden. De Canadese geelwortel dankt haar naam aan de wortels, die – zoals de naam al zegt – geel van kleur zijn.De plant, die geen kroonbladeren heeft (de meeldraden en stampers vormen de bloem) bloeit wit. Later verschijnt een rode vrucht, die overigens niet eetbaar is.

        

Waar je vind hem vindt 
De Canadese geelwortel  groeide oorspronkelijk in Noord-Amerika. De plant is echter in de 19e eeuw door kolonisten veelvuldig geplukt (hij werd voor vele kwalen gebruikt) waardoor hij in het wild zeldzaam geworden is. De Canadese geelwortel is winterhard en houdt van vochtige, vrij zure grond in schaduwrijke plaatsen. Hij werd voorheen vaak aangetroffen in bergbossen.

KATTENKLAUW – Uncaria tomentosa
Deze plant behoort tot de sterbladigenfamilie. In Nederland is deze familie niet zo bekend, omdat de meeste soorten niet zo opvallen. Toch is er één plant in deze familie die wel bekend is: kleefkruid. De familie heeft duidelijke kenmerken: bij alle planten van de familie zitten de bladeren in kransen van 4 tot 12 bladeren aan de stengel en is de bloemkroon meerzijdig symmetrisch.

Hoe je hem herkent
De kattenklauw is een meerjarige  houtige plant met houtige haken (om zich aan bomen vast te hechten) die kruipt of zich als een liaan omhoogwerkt tot een maximale hoogte van 30 tot 50 meter. De bladeren zijn ovaal en hebben een gave bladrand (zonder inkepingen). De bladeren zijn geelgroen van kleur. De bloei vindt in het najaar plaats. De bloemen zijn vrij klein en hebben een witgele kleur.

Waar je hem vindt
De kattenklauw heeft een (sub)tropisch regenwoudklimaat nodig om te groeien en komt voor in  Zuid-Amerika.