• Van der Pigge
  • Gierstraat 3
  • Haarlem
023 303 0720
  • Gratis bezorging vanaf € 50,-
  • Binnen 2 werkdagen bezorgd
  • Vakkundig advies

Glidkruid – Scutellaria baicalensis

Door Merlijn Leebeek, 11 april 2018
Deel blog:

De tijd met veel pollen in de lucht komt er weer aan! Zelf heb ik er gelukkig geen last van, maar veel mensen krijgen dan last van hooikoorts. Er zijn verschillende kruiden die een rol kunnen spelen bij het verlichten van (de symptomen van) hooikoorts. Een van die kruiden is Scutellaria baicalensis. Er is eigenlijk geen Nederlandse naam voor deze plant. Ik noem het glidkruid, omdat dit de Nederlandse naam is voor een groep planten waar deze plant onder valt. Tijd om de plant te eens goed te bekijken!

De familie

Glidkruid is een plant uit de lipbloemenfamilie. De lipbloemenfamilie kent in de wereld enkele duizenden soorten. Deze familie wordt gekenmerkt door tweezijdig symmetrische bloemen in de vorm van een lip. De bladeren staan doorgaans kruisgewijs, dit is ook zo bij het glidkruid. Met kruisgewijs wordt bedoeld dat de richting van de bladeren haaks staat op bladeren die daar direct boven of onder staan (zie ook de foto van de gevlekte dovenetel hieronder). Het geslacht glidkruid (Scutellaria) is een van de grote lipbloemgeslachten. Er zijn in de wereld zo’n tweehonderd soorten van. In Nederland is dit geslacht klein met maar enkele soorten. De vrucht van het glidkruid bestaat uit een nootje dat, in tegenstelling tot andere lipbloemigen, aan een steeltje zit. De nootjes zijn behaard en blijven zo gemakkelijk aan passerende dieren hangen.

gevlekte dovenetel

Gevlekte dovenetel

Deze plant (gevlekte dovenetel) staat bij mijn ouders in de tuin en is een geliefde bodembedekker, omdat hij ruim een half jaar lang bloemen geeft en geen stekels, doorns of brandharen heeft zoals de grote en kleine brandnetel en de gewone en reuzenberenklauw. Als je inzoomt op de bloemen, zie je dat ze een opvallende vorm hebben en waarom de familie van deze plant (en het glidkruid )de lipbloemenfamilie wordt genoemd. Bij het glidkruid is de onderlip wit(tig) gekleurd.

De geur

Veel planten uit deze familie hebben een sterke geur. Bekende plantengroepen uit deze familie zijn munt (Mentha) en dovenetel (Lamium/Lamiastrum). Verder vallen ook de marjolein (Origanum), rozemarijn (Rosmarinus) en tijm (Thymus) onder deze (in Nederland) grote familie.

De plant

Glidkruid is een lage plant (tot ca 40 cm hoog). De bladeren zijn smal en gekarteld. De bloemen staan in groepen boven in de plant. Glidkruid bloeit in augustus. De bloemen zijn blauw of paars met een lichte, bijna witte onderlip. De zaden rijpen in augustus.

Waar je ze vindt

Glidkruid komt uit Azië en komt niet in het wild voor in Nederland. Hij is winterhard en kan hier wel groeien. De plant wordt ook in Noord-Amerika en Europa gekweekt en aangeplant. Hij groeit op zandgrond en lemige grond. Het is een meerjarige plant die wel enig water nodig heeft.

Plantenfamilies: hoe zit dat nou?

Hoeveel het er precies zijn weet ik niet. Mede omdat een aantal plantenfamilies zijn samengevat, zit het in orde van grootte op 100-200 families die in Nederland voorkomen. Planten uit zo’n familie hebben overeenkomsten met elkaar. Vaak zijn die gericht op de bloemen, maar ook andere uiterlijkheden kunnen kenmerkend zijn voor zo’n familie. Zo hebben de lipbloemen niet alleen een kenmerkende lipbloem met vier deelvruchtjes (nootjes), maar is de bladstand ook kruisgewijs en hebben ze een vierkante stengel. Planten uit de russenfamilie hebben een andere bloem dan een lipbloemige en ook een ronde stengel en vormen mede daardoor een andere familie.

Binnen plantenfamilies heb je ook geslachten. Planten uit zo’n geslacht hebben naast de familieovereenkomsten nog een aantal overeenkomsten. Hieronder even een kort schema van hoe dat nou in elkaar zit bij de lipbloemen. Ik heb mij beperkt tot enkele soorten en geslachten (niet alle soorten van een geslacht, maar enkele voorbeelden) om het overzichtelijk te houden.

Kemerken lipbloemen

  • bloemvorm in de vorm van een lip
  • vrucht een nootje
  • vierkante stengel

Geslachten

Dovenetel (Lamium)

Kenmerken:

  • lijkt in vorm sterk op brandnetel, onder andere door de gekartelde bladeren
  • heeft geen brandharen
  • bloemen eenkleurig, maar de soorten zelf hebben vaak andere kleuren
  • bloemen vrij groot
  • meeste soorten meerjarig
  • bloem een felle kleur (wit, geel of roze)
  • plant een kruid
  • geen geur
  • veel soorten kunnen woekeren

Dovenetelsoorten:

  • witte dovenetel: meerjarig, herkenbaar aan de witte bloemen, plant groeit in pollen.
  • paarse dovenetel: eenjarig, klein, met paarse bloemen, plant groeit her en der.
  • gevlekte dovenetel: meerjarig, aanzienlijk groter dan de paarse dovenetel, met witte vlek op de bladeren, kan woekeren en bloeit veelvuldig (bij mijn ouders in de tuin begint de bloei eind maart/begin april en gaat door tot de winter)

Munt (Mentha)

Kenmerken:

  • bloemen eenkleurig
  • bloemkleur wit, paars, of iets er tussen in
  • bloemen klein, maar met veel op een stengel, waardoor een soort “toortsen” ontstaan
  • vrijwel alle planten ruiken sterk naar munt
Deel blog:

Reactie plaatsen