• Van der Pigge
  • Gierstraat 3
  • Haarlem
023 303 0720
  • Gratis bezorging vanaf € 35,-
  • Binnen 2 werkdagen bezorgd
  • Vakkundig advies

De eik, en de processierups

Door Merlijn Leebeek, 17 juli 2019
Deel blog:

Veel diersoorten zijn voor hun voedsel afhankelijk van één of enkele planten en/of dieren. Dit geldt ook voor de eikenprocessierups die, zoals de naam al zegt, afhankelijk is van de eik (Quercus). In het Nederlandse landschap komen drie soorten eiken voor. In deze blog behandel ik deze soorten en, in het kort, de eikenprocessierups.

De zomereik

De zomereik (Quercus robur) is, net als de wintereik, de Amerikaanse eik en de beuk een plant uit de napjesdragersfamilie. De naam van deze familie duidt op de hoedjes die op de nootjes zitten als deze nog aan de boom hangen. Deze hoedjes worden ook wel napjes genoemd.

Zomereiken kunnen erg oud worden, 700-800 jaar en soms zelfs meer dan 1000 jaar. De soort is een hardhoutboomsoort en wordt al langere tijd om die reden onder andere in Duitsland geteeld en geoogst. Doordat je zo lang moeten wachten met oogsten voor de houtproductie (doorgaans wordt ca. 100 jaar aangehouden, alvorens gekapt kan worden) wordt de soort niet veelvuldig in Nederland geoogst.

Hoe houd je een zomer- en een wintereik uit elkaar?

Voor de herkenning van de zomereik kan gekeken worden naar de schors en de bladeren. De schors krijgt al bij jonge bomen flinke, verticale groeven in de stam en de bladeren hebben een gegolfde bladrand. In vergelijking met de wintereik (Quercus petraea) zijn er wel een aantal verschillen. Deze zijn echter niet allemaal even eenvoudig te herkennen. Het makkelijkst houd je ze uit elkaar door de bladsteel,  zomereiken hebben die nauwelijks, terwijl wintereiken wel een (langere) bladsteel hebben.

Bloei

De bloei van de zomereik vindt niet ieder jaar plaats, maar circa eens in de 5 jaar. Er zijn zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen die afzonderlijk van elkaar groeien. De vrouwelijke bloemen zijn klein en vallen niet zo op, de mannelijke, die als een soort draden bij de bladeren hangen, wel. Wanneer de vrouwelijke bloemen bevrucht zijn, ontstaan hier de bekende eikennootjes. Deze nootjes worden door gaaien en eekhoorns verzameld en her en der in de grond verstopt om een wintervoorraad aan te leggen. Daar waar deze eikels niet meer worden teruggevonden, ontstaan nieuwe eiken.

Grote behoefte aan licht

De zomereik heeft, in iets sterkere mate dan de wintereik en de Amerikaanse eik, licht nodig om te kunnen groeien. Om die reden zal, als de mens niet ingrijpt, na verloop van lange tijd de zomereik zijn dominante positie in het bos verliezen. Schaduwboomsoorten als beuk, haagbeuk en linde zullen die positie dan in gaan nemen.

De meest voorkomende eik in Nederland

De zomereik komt veel voor in de Nederlandse bossen. De soort is in het verleden vaak vrijgesteld van kap en snoei, omdat de eikels als varkensvoer werden gebruikt. Omdat de soort licht nodig had, zijn onder andere lindes en beuken (die veel schaduw geven) uit het bos gehaald. De wintereik komt veel minder voor in de Nederlandse bossen, omdat hij zich moeilijker voortplant.

Door klimaatverandering in combinatie met een overschot van stikstof en fosfaat in de grond (onder andere uit de intensieve landbouw), hebben veel plantensoorten het moeilijk op de armere zandgronden, zoals op de Veluwe. Dit geldt ook voor de zomereik, die met name daar veel groeit.

De Amerikaanse eik

Van de drie veel voorkomende eiken in Nederland komt deze eik niet van oorsprong in Nederland voor. Hij is hier door de mens naar toe gebracht, hij is een zogenaamde exoot.

In vergelijking met de zomer- en wintereik heeft de Amerikaanse eik (Quercus rubra) grotere en hoekige bladeren. Wanneer de herfst zijn intrede doet, geven de bladeren van deze boom veel kleur aan zijn omgeving. De bladeren verkleuren minder snel en blijven lang hangen. Van deze drie loofboomsoorten heeft de Amerikaanse eik het minste licht nodig. Hij groeit in zijn jeugd ook veel sneller dan de zomer- en wintereik.

De eikenprocessierups

De eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea) is de rups van een nachtvlinder. Hij heeft een blauwgrijze rug, een groengrijze buik en witte haren. Ook als vlinder is de soort grijs. Zoals de naam al doet vermoeden heeft deze rups eiken nodig. In Nederland doet hij zich hoofdzakelijk tegoed aan Europese eiken, zoals de zomer- en de wintereik. Overige eiken, zoals ook de Amerikaanse eik, komen pas in beeld als er een beperkt aantal beschikbare Europese eiken aanwezig zijn. Door de grote hoeveelheid eiken in Nederland, veroorzaakt door het vrijstellen van eiken in het verleden, heeft de eikenprocessierups hier een echt Luilekkerland gevonden.

Wat betekent de rups voor zijn omgeving?

De bomen zelf hebben doorgaans maar beperkte last van de rups; nadat ze kaalgevreten zijn, lopen de eiken weer uit. Voor mens en dier zijn de problemen wellicht groter. De brandharen van de rupsen, die met de wind verspreid worden en enkele jaren actief kunnen blijven, geven wanneer deze op de blote huid komen jeuk (en pijn). De ernst hiervan hangt af van de resistentie hiertegen en verschilt per persoon. Als zulke haren in de mond terecht komen, kunnen ook ademhalings- en slikproblemen ontstaan. Ook dieren kunnen hierdoor veel hinder van de rups ondervinden.

Deze rupsen houden van warmte

Deze rups en vlinder hebben in Nederland baat bij de klimaatverandering. Als vertegenwoordigers van een warmteminnende soort komen ze oorspronkelijk uit Zuid-Europa. Door hogere temperaturen ten gevolge van klimaatverandering heeft de soort zich makkelijker noordelijker kunnen verspreiden. Was de soort tot 1980 nog een zeldzaamheid in Nederland, hij heeft zich nu in bijna heel het land gevestigd.

Deel blog:

Reactie plaatsen