|
Onlangs kwam er een voedingssupplement op basis van hopeïne en xanthohumol, nóg een stof uit lupuline met een kankerpreventieve werking (in vitro), op de markt.

In 1999 slaagde de onderzoeksgroep van prof. Denis De Keukeleire (Universiteit Gent), samen met die van prof. dr. Stuart Milligan van King's College London, erin de hormonaal actieve verbinding in hop te isoleren en te identificeren. 8- Prenylnaringenine of hopeïne bleek het krachtigste tot nog toe bekende fyto-oestrogeen in de plantenwereld te zijn.
Een innovatief voedingssupplement, met krachtige oestrogene (hopeïne) en kankerpreventieve (xanthohumol) werking, dat menopauzale ongemakken verlicht, is het resultaat van een tweejarig project waarin, met de financiële steun van de Vlaamse regering, het Gentse onderzoeksteam en het Oostendse bedrijf Biodynamics oestrogenen in hop valoriseerden. In een nieuw project wordt onderzocht of hop ook een echt geneesmiddel tegen menopauzale ongemakken kan leveren. In Oostende komt een hypermoderne extractiefabriek, een spinoff van de Gentse universiteit, waar aan O & O zal worden gedaan en waar uit hop en plaatselijk geteelde groenten extracten kunnen worden gewonnen. Al deze nieuwe mogelijkheden bieden kansen voor de noodlijdende Vlaamse hopteelt.
Het Laboratorium voor Farmacognosie en Fytochemie van de Faculteit Farmaceutische Wetenschappen van de Universiteit Gent en, daarvoor, het Laboratorium voor Organische Scheikunde, buigen zich al een halve eeuw over de hopbel en het daarin aanwezige gele lupulinepoeder. Ze deden dat vooral in het kader van onderzoek rond bier. Sinds een aantal jaren speuren de onderzoekers ook koortsachtig naar stoffen in de lupuline, die de gezondheid bevorderen en mogelijk zelfs geneeskrachtig zijn. En niet zonder succes. Nu blijkt zelfs een middel mogelijk om de klachten en symptomen van de menopauze te verlichten. Prof. Denis De Keukeleire is bij de voorstelling van MenoHop duidelijk in zijn sas. Het voedingssupplement op basis van stoffen uit de lupuline in de hopbel is de tastbare vrucht van een onderzoeksproject van de Gentse hoogleraar en zijn medewerker dr. Arne Heyerick, in samenwerking met het Oostendse Biodynamics (een bedrijf dat voedingssupplementen en sportvoeding ontwikkelt en produceert) en met de financiële steun van de Vlaamse regering. Al meer dan vijfendertig jaar ontrafelt De Keukeleire de geheimen van in Humulus lupulus L. aanwezige stoffen. Prof. De Keukeleire is dé hopkenner bij uitstek, over het onderwerp, publiceerde er drie boeken en schreef over hop en bier zowat honderd onderzoeksartikelen. Verder staan nog eens meer dan honderd vijftig andere publicaties op zijn naam en gaf hij voordrachten in veertig landen.
"Hop is mijn plant", zegt hij glunderend. Met de lancering van het voedingssupplement beleeft de Gentse hoogleraar nu zijn 'jour de gloire', zoals hij het zelf zegt. Want zijn jarenlange zoektocht 'ten dienste van de gemeenschap' werd voor het eerst beloond met een 'praktische realisatie'. En het zal wellicht niet de laatste zijn.
Wil het echte hormoon opstaan?
Laten we beginnen bij het begin. Dat hop een oestrogene werking heeft, is niet nieuw. Onderzoekers suggereerden vroeger al herhaaldelijk dat hop een krachtige oestrogene werking had. In de tijd dat hopbellen nog met de hand werden geplukt, ondervonden pluksters menstruele stoornissen. En hopbaden worden al lang gebruikt voor het behandelen van gynaecologische ongemakken. In de traditionele geneeskunde wordt hop daarnaast al sinds mensenheugenis - vooral als sedatief - toegepast voor het bestrijden van tal van ziekten en gezondheidsklachten. Zowat één procent van de hopoogst gaat naar de productie van stresswerende middelen. Welke stof in hop kalmerend werkt, is echter niet bekend. De oestrogene activiteit van hop werd oorspronkelijk toegeschreven aan xanthohumol. Maar bewijzen hiervoor waren er niet. In 1999 publiceerde De Keukeleires onderzoeksgroep, samen met die van prof. dr. Stuart Milligan van King's College London, in The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism dat ze de hormonaal actieve verbinding in hop geïsoleerd en geïdentificeerd hadden. Niet xanthohumol, maar wel 8-prenylnaringenine kwam die eer toe. Xanthohumol vertoonde zelfs helemaal geen oestrogene activiteit. De Keukeleire gaf de verbinding de makkelijker in de mond liggende naam hopeïne. De onderzoekers vermeldden er meteen bij dat het om het krachtigste tot op heden bekende fyto-oestrogeen in de plantenwereld ging. Zes onafhankelijke laboratoria in Engeland, Duitsland, Japan en de Verenigde Staten bevestigden sindsdien de resultaten.

P. Busselen: Fyto-oestrogenen zijn in planten aanwezige stoffen, die structurele gelijkenissen vertonen met de in het vrouwelijk lichaam geproduceerde of endogene oestrogenen. Niet alleen in hop, ook in andere planten zitten fyto-oestrogenen, maar die zijn lang niet zo krachtig als hopeïne. Uit in vitroproeven die de oestrogene activiteit testen, blijkt dat hopeïne maar tien tot vijftig keer minder sterk is dan het endogene hormoon 17-bèta-oestradiol. Coumestrol uit rode klaver is dan weer tien keer minder krachtig dan hopeïne, gevolgd door genisteïne uit soja en daïdzeïne, ook uit soja. Juist het feit dat fyto-oestrogenen de kunst verstaan de werking van endogene oestrogenen na te bootsen, maakt ze bijzonder interessant.
Fyto-oestrogenen in de lift
Waarom? Bij vrouwen in de menopauze valt de natuurlijke hormoonproductie - we hebben het dan vooral over de aanmaak van oestrogenen - zo goed als helemaal stil. Die overgang is een natuurlijk verschijnsel en dus geen ziekte, maar veel vrouwen hebben last van een rist ongemakken, waaronder ook symptomen die wel tot gezondheidsproblemen kunnen leiden: warmte-opwellingen en overvloedig transpireren, slaapstoornissen, structurele veranderingen in blaas en vagina, een sterk verminderd libido, herverdeling van vetweefsel, humeurwisselingen en - niet onbelangrijk - een groter risico op hart- en vaatziekten en een vermindering van de botdichtheid (osteoporose) met een verhoogde kans op heup-, been- en armbreuken. Vrouwen die heel veel last hebben van deze ongemakken, kregen in het verleden vaak synthetische hormoonpreparaten voorgeschreven. Maar, dat is nu niet meer zo vanzelfsprekend. Uit twee omvangrijke studies bleek namelijk dat hormonale substitutietherapie (HST) de risico's op borstkanker, hartslagaderbreuk, beroerte en longembolie significant verhoogt. Begin juli 2002 hield het Amerikaanse Women's Health. Vorig jaar nog werden in The New England Journal of Medicine enkele recente resultaten van de studie gepubliceerd: tijdens het eerste jaar van HST noteerden de onderzoekers een significante stijging van het risico op hart- en vaatziekten, en dat terwijl HST menopauzale vrouwen juist tegen hart- en vaatziekten heette te beschermen. De resultaten van de Britse Million Women studie, waarbij, inderdaad, maar liefst een miljoen menopauzale vrouwen waren betrokken, verschenen, ook in 2003, in het medische vakblad The Lancet. De onderzoekers keken naar het verband tussen HST en borstkanker en concludeerden dat een combinatie van oestrogenen en progestagenen (het tweede vrouwelijke hormoon) het risico op borstkanker verdubbelde, alleen een oestrogenenpreparaat nemen verhoogde de kans met dertig procent. De onderzoekers schatten dat, door het langdurig volgen van HST, het voorbije decennium bij Britse vrouwen tussen vijftig en vierenzestig jaar twintigduizend extra gevallen van borstkanker waren voorgekomen. Artsen zijn dus bijzonder voorzichtig geworden om HST voor te schrijven en patiënten staan er weigerachtig tegenover. Daarom staan preparaten op basis van natuurlijke fyto-oestrogenen met een geschikt veiligheidsprofiel nu volop in de schijnwerpers. En dat brengt ons weer bij hop en andere planten. Wereldwijd gebruikten menopauzale vrouwen tot nog toe vooral sojapreparaten. Ook producten op basis van rode klaver, zilverkaars, monnikspeper en wilde yam gaan over de toonbank. Het voedingssupplement op basis van hop is een nieuwkomer.
"Het is een innovatief product dat door een totaal andere aanpak dan die voor de andere preparaten van fytooestrogenen tot stand kwam," aldus prof. De Keukeleire. "Wij zochten eerst naar de actieve stof en isoleerden die". Pas daarna werd naar een wetenschappelijk gefundeerd product toe gewerkt. Van veel producten op basis van planten weten we niet eens welke de actieve stof of stoffen zijn. Dat is hier dus duidelijk niet het geval. De technologie om het voedingssupplement uit de lupuline te produceren, werd gepatenteerd door Biodynamics.
Een klein speltje in een grote hooiberg
Hopeïne is een van de honderden stoffen uit lupuline, het gele poeder dat de laatste weken voor de oogst in de hopbel van de vrouwelijke hopplant wordt gevormd. Met behulp van een specifieke scheidingsmethode (chromatografie) werden die stoffen in de hopextracten van elkaar gescheiden. Op een chromatogram, at een beeld van die scheiding geeft, is hopeïne te zien als een heel klein vlekje. Dat betekent doorgaans dat er heel weinig van de stof in zit. "Het was dus zoeken naar een speld in een hooiberg. Maar, het piekje mocht dan wel heel klein zijn, de oestrogene activiteit van hopeïne bleek wel bijzonder krachtig," vertelt prof. De Keukeleire. Op dat gebied stak de verbinding met kop en schouders boven de andere prenylflavonoden uit. En ook boven fyto-oestrogenen uit andere planten. Waarom heeft hopeïne een zoveel krachtiger werking dan genistene uit soja? In tegenstelling tot genistene heeft de hopenemolecule een prenylzijketen aan C(8), wat de molecule structureel erg analoog maakt aan 17-bèta-oestradiol, het endogene hormoon. Biodynamics heeft een patent op het product. In het najaar kwam een voedingssupplement op de markt.
MenoHop wordt dus eigenlijk gemaakt uit wat de brouwer niet nodig heeft. In een volgende fase wordt het residu selectief behandeld voor het bereiken van maximale oestrogene activiteit en anti-proliferatieve werking. Want behalve hopeïne bevat het voedingssupplement ook xanthohumol, en dat omwille van zijn kankerpreventieve en anti-proliferatieve werking. Onderzoekers van het Deutsches Krebsforschungszentrum in Heidelberg onderzochten uit vele planten zowat tweeduizend verbindingen: alleen xanthohumol scoorde in al hun antikankertests positief. De Keukeleires laboratorium en het Laboratoire des Recherches sur les Metastases van de Universitè de Lige (prof. dr. V. Castronovo) onderzochten (de resultaten werden nog niet gepubliceerd) het tegengaan van proliferatie (woekering) van MDAB231 borstkankercellen en PC-3 prostaatcellen door prenylflavonoden uit hop. Xanthohumol kwam duidelijk als winnaar uit de bus.

Een dagdosis of één hopeïne capsule van het voedingssupplement bevat 100 microgram hopeïne, dit is één tiende van een milligram. Die uiterst lage dosis bewijst nog maar eens hoe krachtig hopeïne wel is,? stelt De Keukeleire. Wie een sojapreparaat inneemt, moet vijftig tot honderd milligram innemen. Hopeïne en xanthohumol komen direct in het lichaam beschikbaar. Om genistene en dadzene (dit zijn aglyconen en kunnen door het lichaam worden opgenomen) uit soja vrij te stellen, moeten in het darmstelsel eerst suikers uit genistine en dadzine (de verbindingen met glycoside (suikerrest) zoals ze in de plant voorkomen) worden afgesplitst. In welke mate dat gebeurt varieert van persoon tot persoon. Nog een voordeel van hop is dat hopeïne, net als 17-b taoestradiol, selectief is voor de alfa-oestrogene receptor (en daardoor warmte-opwellingen tegenhoudt), genistene en dadzene zijn selectief voor de bèta-oestrogene receptor. Kunnen menopauzale vrouwen, om van hun ongemakken af te komen, dan niet net zo goed bier drinken? Wie evenveel hopeïne wil binnenkrijgen als in één Belgische capsule van het voedingssupplement zit, moet drie liter sterk blond bier achteroverslaan,? aldus dr. Arne Heyerick. Het is duidelijk dat dit tot andere, misschien zelfs pijnlijker ongemakken kan leiden. In België is het voedingssupplement nu al verkrijgbaar en ook in Nederland komt het op de markt. Sinds het half november officieel werd gelanceerd, kan Biodynamics de vraag haast niet bijhouden. Half december startte overigens een drie maanden durend dubbelblind, placebo-gecontroleerd onderzoek onder tweehonderd vrouwen, waarbij de doeltreffendheid van MenoHop wetenschappelijk wordt uitgetest. Vijftien artsen werken aan het onderzoek mee. Momenteel loopt een tweede IWT project dat moet uitwijzen of uit hop ook een echt geneesmiddel voor het verlichten van menopauzale klachten kan worden gemaakt, een fytotherapeuticum dus. Ook in dit project, dat tot eind februari 2005 loopt, is zwaar geïnvesteerd. "Het voedingssupplement bevat een erg lage dosis hopeïne," legt dr. Arne Heyerick uit. "Een fytotherapeuticum zal gebaseerd zijn op nauwkeurig vastgelegde doses hopeïne en xanthohumol, artsen kunnen het ook volgens de ernst van de symptomen voorschrijven." Onderzoeksgroepen van de Universiteit Gent, de Université de Lige en King's College London werken aan de ontwikkeling van het geneesmiddel mee. Als hop al deze vuurproeven succesvol doorstaat, gaat begin 2006 in de apotheek waarschijnlijk een eerste fytotherapeuticium op basis van hop over de toonbank. Een eerste, want behalve als middel tegen menopauzale symptomen biedt hop wellicht ook perspectieven als ontstekingsremmer en voor het behandelen van diabetes type II en prostaatvergroting. De wonderlijke lupuline heeft nog lang niet al haar geheimen en stoffen prijsgegeven.
Cathy Rigolle
Bron:EOS januari 2004 eos magazine
Deze handleiding is een algemene handleiding en vervangt geen advies van arts en/of deskundige
|