
| Groen licht voor glucosamine bij artrose |
|
In alternatieve kringen wordt glucosamine al jaren als een werkzame remedie beschouwd bij artrose.
Harde klinische bewijzen ontbraken echter. Met de uitkomsten van een Belgische studie die aan alle huidige strenge criteria voldeed, zou glucosamine het leed van talloze artrosepatiënten wel eens behoorlijk kunnen verzachten.
Een van deze stoffen is glucosamine, een lichaamseigen aminosuiker die van belang is bij de opbouw en het instandhouden van kraakbeen. De eerste claims over de gunstige werking van glucosamine bij artrose stammen al uit de jaren zeventig. Daarna is een aantal goedbedoelde klinische studies verricht met positieve resultaten. Deze studies konden echter nauwelijks aan de huidige (strenge) criteria van klinisch onderzoek voldoen. Enkele jaren geleden werden de toen bekende klinische gegevens over glucosamine bij artrose door ondergetekende samengevat, maar de conclusie luidde dat het nog te vroeg was glucosamine te bestempelen als een waardevol middel bij de behandeling van artrose (2).
LangetermijnstudieVanwege het ontbreken van goed opgezette studies met grotere aantallen patiënten over langere periodes (drie jaar of langer volgens de criteria van de Wereldgezondsheidsorganisatie en de European League Against Rheumatism) heeft een Belgische groep onderzoekers van de Universiteit van Luik een langetermijnstudie opgezet (3). In totaal werden aan patiënten van 50 jaar en ouder met primaire artrose van de knieën geselecteerd. Uitgesloten werden patiënten met in hun ziektegeschiedenis andere reumatische aandoeningen, ernstige gewrichtsontsteking, traumatische knieleasies, overgewicht (body-mass index >30), andere relevante aandoeningen of intra-articulaire of systemische corticosteroïden toegediend in de drie maanden voorafgaand aan de studie. Volgens het protocol van een gerandomiseerd en dubbelblind placebo gecontroleerd onderzoek kregen de patiënten gedurende drie jaar 1500 mg glucosaminesulfaat (als poeder voor een orale oplossing; n=106) of als een placebopreparaat (n=106) te slikken. Bij de aanvang van de studie, alsmede na én en na drie jaar werd door middel van antero-posteriore radiografie van het kniegewricht de gemiddelde gewrichtsruimte- en vernauwing bepaald. De artroseklachten werden geïnventariseerd met behulp van de zogenoemde Western Ontario and McMaster Universities (WOMAC) artrose-index, een gevalideerde en ziektespecifiek vragenlijst over gewrichtspijn (vijf vragen), stijfheid (twee vragen) en fysieke beperkingen (zeventien vragen). Secundaire uitkomstgegevens bestonden uit het gebruik van noodmedicatie (doorgaans paracetamol of NSAID's), aantal persoen die de studie voortijdig verlaten, het optreden van bijwerkingen en enkele laboratoriumtests, waaronder een jaarlijkse bloedglucosebepaling.
ResultaatNa drie jaar bleken de patiënten die placebo hadden gebruikt, een significante voorschrijdende gewrichtsspleetvernauwing te hebben (gemiddeld -0,31 mm) ten opzichte van de uitgangssituatie bij de aanvang van de studie. Bij de patiënten die glucosamine hadden geslikt, was daarentegen met radiografie geen significante vernauwing zichtbaar (gemiddeld -0,06 mm). Met betrekking tot de WOMAC-criteria scoorde de glucosaminegroep eveneens aanzienlijk beter dan de placebogroep: een 24,3% verbetering versus een 9,8 verslechtering. Het gebruik van noodmedicatie verschilde niet tussen de beide groepen patiënten; gemiddeld werd op één van elke zes dagen een pure pijnstiller als paracetamol of een NSAID (40% respectievelijk 60%) ingenomen. Tevens bleek er geen verschil te kunnen worden geconstateerd in het optreden van bijwerkingen: 93% van de placebopatiënten versus 94% van de glucosaminepatiënten rapporteerde tenminste één bijwerking. De geconstateerde bijwerkingen waren meestal mild en van voorbijgaande aard. Het percentage voortijdige afhakers vanwege bijwerkingen bedroeg 17% (placebo) en 20% (glucosamine). In ongeveerd de helft van deze gevallen ging het om bijwerkingen op het maagdarmkanaal, hetgeen volgens de onderzoekers wellicht verband houdt met het gebruik van de noodmedicatie. Groen lichtHet klinische bewijs dat glucosamine werkzaam is bij artrose, heeft lang op zich laten wachten. Dit ondanks de vele aanwijzingen die in de loop der jaren gevonden waren, maar voornamelijk afkomstig waren van dierexperimenteel en kleinschalig en namelijk onbenullig uitgevoerd klinisch onderzoek. Eigenlijk is dat ook niet erg verwonderlijk, gezien de status van deze stof. In de meeste landen, waaronder de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, maar ook Nederland, is glucosamine niet als geneesmiddel geregistreerd, maar wordt het als een voedingssupplement beschouwd. (Sinds 1 november 2005 is het receprvrije geneesmiddel Glucosamine verkrijgbaar op de Nederlandse markt (RVG 32464), dat wil overigens niet zeggen dat het vergoed wordt). De noodzaak om de klinische effectiviteit aan te tonen ten behoeven van een eventuele registratie als geneesmiddel, was dan ook niet erg groot. Bovendien is glucosamine een lichaamseigen stof, waardoor net vrij moeilijk, zo niet onmogelijk is het geoctrooieerd te krijgen. Referenties
Bron: Bron: Pharmaceutisch Weekblad, 16 februari 2001
|
